De echo’s van het NDSM-terrein: mijn opa was een kraandrijver

Kraanhotel-Faralda-1

Aan rand van Amsterdams bruisende hart, met slechts een klein stukje IJ ertussen, ligt een belangrijk stuk Nederlandse geschiedenis: het NDSM-terrein. De voormalige scheepswerf was na de Tweede Wereldoorlog een van ‘s werelds grootste en meest innovatieve scheepswerven. Toen in de jaren ’80 het doek viel was het gebied jarenlang een soort spookstad, totdat het geleidelijk werd herontdekt door kunstenaars, studenten en tenslotte projectontwikkelaars. In de loop der jaren heb ik het terrein zien transformeren en regelmatig vraag ik me af: hoe behoudt men het industriële karakter in tijden van vernieuwing? En in hoeverre zijn de huidige bezoekers zich bewust van de historische grond waarop zij lopen?

Emigreren

Van jongs af aan heb ik een fascinatie voor het Amsterdamse NDSM-terrein. Mijn opa ‘Ep’ was er kraandrijver en kreeg de mogelijkheid om met zijn gezin in een van de arbeiderswoningen te gaan wonen. De reden dat mijn familie eind jaren ’50 in Amsterdam-Noord belandde. Destijds niet het hippe Noord waar de huidige ‘havermelkelite’ maar al te graag wil wonen. Wel veel industrie, weiland en water. Een groot contrast met de dichtbevolkte Spaarndammerbuurt waar mijn grootouders opgroeiden. Verhuizen naar ‘de overkant’ voelde voor hen als emigreren, maar met het vooruitzicht van ruimte voor hun groeiende gezin was de keuze snel gemaakt.

Bloed, zweet en tranen

Op een koude zondagochtend besluit ik om ondanks het gure weer een ochtendwandeling te maken op het terrein dat inmiddels is getorpedeerd tot culturele hotspot. Ik wandel direct naar de blikvanger: de 50 meter hoge hijskraan torent met trots boven het terrein uit. Jaren geleden is de kraan gerestaureerd en in de drie primaire kleuren rood, geel en blauw geschilderd. Het ziet er indrukwekkend uit en geeft wat vrolijkheid aan de grijze ochtendlucht. Ik vraag me af of Ep op deze kraan heeft gewerkt en wat hij ervan zou vinden dat ‘kraan 13’ is omgetoverd tot een hotel met exclusieve suites. Hoe zouden hij en zijn collega’s kijken naar het Street Art museum (vroeger nog ‘vandalisme’) dat nu in de Lasloods is gevestigd of naar de meerdere coffee-to-go concepten.

Ze zouden het waarschijnlijk een absurdistisch geheel vinden. Je kunt de verbijstering bijna op hun gezichten zien. “Een kop koffie voor € 4,50? En wat is in hemelsnaam een havercappu?”.

De mannen die hier bloed, zweet en tranen gaven voor een bescheiden loon. Zij die moesten knokken om rond te komen. Zij die symbool staan voor een generatie die de ruggengraat was van de naoorlogse wederopbouw.

Het ijzeren gordijn

Het leven op de werf was voor hen meer dan alleen werk. De arbeiders vormden een hechte gemeenschap. Niet in de laatste plaats omdat collega’s ook buren en veelal vrienden zijn. Kinderen groeien met elkaar op en noemen hun buren vaak oom of tante, een vorm van respect en kenmerkend voor de unieke sociale structuur. Men deelt lief en leed met elkaar.

Er is onderling ook weleens heibel. Zoals die keer dat Ome Daan een golfplaat als afrastering tussen de tuinen zet na een onschuldig akkefietje met een tuinslang. Maandenlang wordt er geen woord met elkaar gewisseld. Totdat de werf moet saneren, er een grote ontslagronde aankomt en Ep de eerste is die Daan op de hoogte brengt. Het ‘IJzeren Gordijn’ zoals de golfplaat gekscherend werd genoemd, wordt afgebroken en er wordt nog tientallen jaren met veel plezier naast elkaar gewoond. Letterlijk tot aan elkaars sterfbed.

Echo’s

Ik loop richting het water. Achter mij een betonnen scheepshelling waarvan schepen te water werden gelaten. Om mij heen verroeste rails en aanlegpalen als getuigen van het roemrijke verleden. Opeens valt de enorme stilte op, zo nu en dan onderbroken door enkele vogels. Het geluid moet hier vroeger juist oorverdovend zijn geweest. Gekletter van metaal, arbeiders die tegen elkaar schreeuwen. Een grap en een grol, een sjekkie tijdens de pauzes. De geur van vers gesmeed staal afgetopt met een aroma van tabak en zweet.

Mijn vingers verkrampen inmiddels door de kou. Het terrein ligt er wat verloren bij op deze grauwe ochtend. Op de achtergrond zie ik een reusachtige loods met schuifdeuren waarboven de restanten te zien zijn van waar Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij heeft gestaan. Het bewijs dat de werf, ooit het kloppende hart van de Nederlandse scheepsbouwindustrie, het niet heeft gered. Terwijl ik verlang naar een warme kop koffie (wel coffee-to-go, geen havercappu) besef ik dat het NDSM-terrein ons verbonden houdt met een generatie die gemeenschapszin, solidariteit en tevredenheid als belangrijke kernwaarden had en waar je keer op keer naar de echo’s van het verleden kan luisteren. Luister je mee?

4 gedachten over “De echo’s van het NDSM-terrein: mijn opa was een kraandrijver”

  1. Amsterdammertje

    Ik wandel er ook vaak en kan het iedereen aanraden dat eens te doen en het advies hierin te volgen. Nog een klein ruw stukje amsterdam. Mooi verhaal ook. Wordt er helemaal warm van vanbinnen en laat mij terugdenken aan vroeger.
    Benieuwd naar je volgende avonturen!

  2. Karin Lammertse

    Wat een mooi geschreven stuk.
    Voor mij ook herkenbaar.
    Ik kreeg een brok in mijn keel toen ik het las en voelde me een trotse Tante.
    Het Ndsm terrein is een plek waar ik graag en geregeld kom.
    En waar ik ook altijd even langs zal blijven gaan, omdat ik op deze plek graag fotografeer.
    Er is altijd wel iets anders te zien.
    En wat is het in de jaren veranderd.
    Een verandering waar ik persoonlijk echt aan moest wennen.
    Omdat ik vooral de rauwheid en de ruwheid zo gaaf vond en vind.
    Heerlijk 1 worden met het Ndsm terrein.
    Pas geleden is een dierbaar persoon die altijd op het Ndsm terrein te vinden was overleden,waardoor ik er nu even iets minder kom.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven